is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volvers ? Welnu, dan hebt ge bij mij crediet 1" verklaarde de advocaat met nadruk.

„Mijnheer, mochten wij ooit eens iets voor u kunnen doen, dan hoop ik dat u ons erbij roept. Wij zijn u ten volste dankbaar 1" Bij deze woorden ging de veldwachter staan en bracht zoo kranig mogelijk het grootsaluut.

Rouke kon het niet allemaal tegelijk verwerken. Maar één ding had hij goed begrepen : omdat zij door Volvers waren tegengewerkt, hadden ze den advocaat te vriend. Hij zou eigenlijk ook alles eens moeten weten van Gerrit-Jan en Elsje Katrina, bedacht hij, toen ze het huis verlieten.

Het was voor die twee een weinig vroolijke middag geworden. Heel de zwaarte van hun scheiding liet zich alreeds weer gevoelen, lang voor de jongen moest vertrekken. Over alles wat zij verder besproken hadden, lag de druk ervan. Moe en vrijwel moedeloos waren ze aangekomen, veel te vroeg nog, bij het station.

„Laten we hier nog een kop thee drinken, meid, en dan maar wachten tot de trein komt," had Gerrit-Jan gezegd. Zij had toegestemd, ook niet meer bij machte om dit alles mooier te zien, dan 't was. Maar toen zij naar binnen wilden gaan, hoorden zij op 't stationsplein iemand roepen. Bij de halte van de autobus naar 't dorp, stonden Rouke en zijn vader.

Zij liepen erheen, het gaf even afleiding aan hun zorg.