is toegevoegd aan uw favorieten.

Timboel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een hoek van het veld is reeds leeg geplukt en over enkele dagen zal van de golvende gele zee niets meer over zijn dan een kale uitgestrektheid van dorre stoppels.

In de slendang op Nènèk's gebogen rug overziet Timboel het heele veld. Nènèk heeft een punt van haar slendang over het grijze hoofd geslagen om zich tegen de brandende zonnestralen te beschutten. Timboel draagt een rafeligen stroohoed en soezerig van de hitte, trekt hi] aan de rafels, zoodat de rand al kleiner en kleiner wordt en hij een lang eind stroo in de hand houdt.

Nènèk begint haar ouden rug te voelen. Eigenlijk is zij al veel te oud om nog zoo hard te werken, maar, waar ze ook aan het uitplanten van de jonge padi heeft geholpen, zou het toch niet passen, als ze nu niet mee oogstte! Bovendien zou ze niet graag haar aandeel in den pluk willen missen.

Ze kan niet meer. Haar rug doet pijn. Zich oprichtend bindt ze een grasje om haar afgesneden halmen en legt die bij de overige bossen. Het mesje steekt ze in heur haarwrong.

„Ga nu maar eens loopen, maant ze Timboel en neemt hem uit de slendang. „Moet jij je hoed zoo stuk maken, stoute jongen!"

„Neen, grootmoeder, gaan we nu naar huis? „Ja, het is al warm. Laten we gaan."