is toegevoegd aan uw favorieten.

Timboel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XI

BANDJIR

Het lijkt of de natuur is ingeslapen, of mensch en dier zijn ingedut door de middagwarmte, die zwaar en loom over het land hangt.

Aan den kant van den grindweg, in de schaduw van een grooten regenboom, ligt Timboel lui op den grond. Naast hem zit 'Mbok Doemillah te slapen achter haar bamboe tafel met aardewerk: roodbruine waterkruiken, schotels en kommen, spaarpotjes en miniatuur keukengerei. Haar mond, waar een zwarte sirihpruim half uit hangt, is opengezakt. Een rood straaltje loopt uit haar mondhoek langs de kin op haar groezelig baadje.

Slechts buurman Wirio denkt niet aan slapen. Timboel ziet hem bezig in de sawah. Twee karbouwen trekken den ploeg door den modderigen, onder water staanden grond, waar Wirio onder het loopen tot de kuiten inzakt. Zijn naakte rug glimt van het zweet bij het zwaar hanteeren van den ploeg. Met een welluidend: „Hrrrrt, gjaak, gjaak, gjaak, hrrrrt!" vuurt hij zijn beesten aan.