is toegevoegd aan uw favorieten.

Timboel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Timboel ziet de zon opkomen, oranje-geel achter de nevels, die nog hangen over sawah's en velden. Langzaam trekt de nevelsluier weg; de hemel verliest zijn parelmoeren gloed, als de zon omhoog klimt en haar verzengende stralen over de aarde zendt.

De uit bamboe gevlochten huif van den grobak, waarvan de zijkanten met figuren van zwart, blauw en wit versierd zijn, laat geen zonnestraaltje door. Urenlang, met onverstoorbare gelijkmatigheid en schijnbaar ongevoelig voor de brandende stralen, trekken de sappies de zware vracht voort. Zweep noch leidsels heeft Wirio noodig om hen aan te sporen. Slechts door tikjes met zijn stokje duidt hij hen de richting aan.

Als de zon tot recht boven de aarde geklommen is, hobbelt de kar eindelijk het oude, half vergeten stadje Kota Gedeh binnen.

Ouderwetsch zijn de huizen van de eens zoo welvarende hoofdstad van het Mataramsche rijk, thans slechts bewoond door Chineezen, Javaansche bewerkers van schildpad en goud- en zilversmeden. Van den eens zoo machtigen Kraton is niet veel over gebleven.

Terwijl Wirio verder rijdt, om zijn vracht af te leveren, gaat zijn vrouw Sipa met Timboel naar het pleintje met de groote waringins. Een paar bede-