is toegevoegd aan uw favorieten.

Blank om zes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die titularis was vlak in zijn buurt en vroeg: „Meneer?"

„Vertel me eens," sprak Jaap dan. „Wie woont er op de Doornenburg?"

„Op de Doornenburg? Hoe die menschen heeten,

bedoelt U?"

„Ja, dat bedoel ik."

„Dat zou ik U niet kunnen zeggen. Ik woon hier nog maar een paar jaar, ziet U en kom gunne kant nooit uit. Maar wacht U es effen . . . misschien" en dan plotseling riep hij hard: „Hent! . . . Hent!

Er verscheen een knecht.

„Is 't om mijn te doen?"

„Ja, weet jij soms hoe die menschen heeten van de Doornenburg?"

„Die ben d'r alleen 's zomers."

„Jawel, maar hoe of ze heeten," riep Jaap ongeduldig

uit. „

„O ja, dat weet ik wel. Dat is de Beron. „Aha!" juichte de dikke man. „Een baron! Dat is tenminste al iets. Maar Hent, mijn vriend, wat is de naam

van die Baron?"

„Meer weet ik er niet van," antwoordde Hent. „Z,e zeggen altijd de Beron van de Doornenburg."

„En is er een Barones?"

Dat Zet wel."

^En een dochter? Een freule, een fruile?"

Hent schudde het hoofd, haalde zijn schouders op. „Kastelein en Hent, jullie worden allerhartelijkst bedankt voor je heldere uiteenzettingen,'^ zei de dikke man, „en je kunnen wel weer verdwijnen.

„Wat zal U gebruiken, meneer?" vroeg de kastelein,

terwijl Hent verdween.

„Ikke?" vroeg de sproetenkop, tot wien de vraag gericht was.