is toegevoegd aan uw favorieten.

Blank om zes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den mond het park maar eens in, waar hij weldra vroolijke stemmen hoorde en een meisjeslach en in die richting gaande, kwam hij aan de tennisbaan.

Thora, in een allerliefst wit tennispakje, vlot maar decent en sportief, speelde blijkbaar een dubbel met Piet Sterk, terwijl aan de andere zijde van het net van den Drift en Meedie in actie waren.

Meedie was ook in het wit, waartegen haar zwarte bloote armen en beenen en haar hoofd afstaken of het figuurtje een levend silhouet was.

Op den hoogen scheidsrechtersstoel zat Rudolf Medemblik en Herklots rende heen en weer gelijk een ijverigen ballenjongen betaamt; Pablo Savola lag voor het tentje in een ligstoel te kijken.

Op het oogenblik, dat Jaap van achter het tentje te voorschijn trad en dit alles overzag, moest Thora juist „serven" maar ze sloeg tweemaal den bal tegen het net, waarna ze met haar wit geschoeid voetje woedend van ergernis op de baan trappelde.

Over Jaaps gezicht gleed een glimlach, misschien een tikje spottend; hij had heel goed gezien dat Thora even was afgeleid door zijn komst; hij zei nu maar iets tegen Pablo.

„Tennis jij niet?"

„Nee, ik heb nooit tijd gehad om het te leeren. Jij?"

„Ja, ik speel wel."

Rudolf Medemblik klauterde haastig van zijn hoogen zetel; de partij was afgeloopen en Meedie en van den Drift hadden Thora en Sterk juist geslagen. De z.g. double-fault van Thora — haar eerste dien morgen! — had tot groote ergenis van Sterk de laatste kans om te winnen doen ontglippen.

Ze kwamen nu allemaal naar het tentje; Jaap had geen zin om zich bij hen te voegen; hij had juist genoeg gezien om verheugd te zijn en toen de spelers dan ook