is toegevoegd aan uw favorieten.

Blank om zes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Meneer Kloosterman," sprak meneer Vignol. „U wou me spreken. Neemt U plaats!"

Jaap ging zitten.

„Meneer Vignol," sprak hij en hij hoorde zelf dat zijn stem niet de gewone vastheid had, „ik heb vanmorgen, nog geen half uur geleden, hier achter in het park iets waargenomen, dat ik me verplicht acht U mede te deelen."

„Och kom? En wat is dat dan wel, meneer Kloosterman?"

„Ik heb gezien dat Freule Thora er een onderhoud had met meneer Ruther ford!"

„WèLt zegt UI" kreet meneer Vignol en zijn stem klonk rauw, terwijl hij van zijn stoel opvloog.

„Ja, ik ontstelde er zelf ook van," sprak Jaap, die eveneens opstond, „ik heb Freule Thora daarna gesproken en daarbij is me gebleken, dat ze op een of andere wijze schriftelijk met haar halfbroer in contact is gekomen en — wat me bedenkelijker toeschijnt dat ze al vrij sterk onder de invloed van die meneer Rutherford staat en nu meent, dat hij door U op een zeer onrechtvaardige wijze wordt behandeld en van haar weggehouden.'"

Meneer Vignol was doodsbleek geworden en zijn handen beefden, toen hij den hoorn van de telefoon nam en een nummer inschakelde.

„Ja met mij, Meedie. Is Thora daar? . . . Waar is ze dan?" de stem klonk schril van agitatie. „Wat? . . . Wil je even dadelijk bij me komen? . . . Ja, op mijn kamer/'

Het was of zijn krachten hem plots begaven zoo viel hij eensklaps terug in zijn stoel.

„Ze is er niet. . ." sprak hij heesch. „Dat is een ellendige geschiedenis. Waar kan het kind in Godsnaam

") y t

zijn r