is toegevoegd aan uw favorieten.

Hotel "De Springende Baars"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOTEL „DE SPRINGENDE BAARS"

„Wat mij betreft," sprak Herman, „ik zoek het in de visscherij eigenlijk alleen maar om de stille plekjes aan een rivier of aan een meer. Dat kalmeert zoo. Vooral als je niks vangt. Dan drijft zoo'n rood dobbertje zoo rustig op de kleine rimpeltjes van het blauwe water. Eerlijk gezegd spijt het me altijd, als er dan van onder aan getrokken wordt."

Dirk knikte.

„Jawel, ik denk er anders over, maar ik begrijp je toch, je vangt liever niks dan wat. Enfin, dat kun je hier bereiken. Och ja, le plaisir est la ou 1'on le trouve," zegt de Franschman, Ik heb een jager gekend, die met het krieken van de dag al over de hei stapte met een geweer op zijn schouder en een hond naast zich. De hazen kenden hem allemaal en die kwamen naar hem toe en dan krabde hij ze zoo es tusschen hun ooren. Hij zei, ik zie liever een levende haas dan een dooie. En dat is ook een standpunt. Kijk, daar heb je het hotel."

„Allemachies . . . ho . . ." kreet Herman, die weer bijna achterover sloeg, daar de ezels plotseling begonnen te galoppeeren. „Wat overdrijven ze het nu ineens."

„Ho, ho . . . toe nou jongens . . , geen aanval doen op het wereldrecord!" en Dirk trok aan de leidsels. „O, gelukkig, daar komt Toon al aan hollen," riep hij. „Want weet je, zoo dicht bij huis, dan geven ze altijd ineens vol gas en dan luisteren ze ook heelemaal niet meer naar 't stuur en zouen ze je ijskoud in de sloot laten kapseizen. Hallo, Toon!" vervolgde hij tot den hotelknecht, die met twee emmers in zijn hand kwam aanhollen. „Gauw . . . breng jij die woeste trakheners eens tot bedaren!"