is toegevoegd aan uw favorieten.

Hotel "De Springende Baars"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOTEL „DE SPRINGENDE BAARS"

houden, een koperen kaarsenkroon hing aan een langen stang in het midden van het vertrek en bijna de helft van den wand tegenover het raam werd ingenomen door een antiek-Vlaamsche gobelin, waarop een Arcadisch landschap was gewerkt; overal was de glanzing van oud-Delftsch.

„Ruth, deze heeren komen thee drinken," sprak Baron van Vreesewijck, „meneer Molenaar hoef ik je niet voor te stellen en dit is meneer Winter.. . Mijn nichtje, freule van Vreesewijck."

Herman boog en het nichtje, dat een eenvoudig gekleed allerliefst jong meisje, met dik bruinrood haar en heldere oogen, bleek te zijn, reikte hem de hand, waarna ze ook Dirk met een lief knikje van gewende intimiteit begroette.

,,Gaat zitten, heeren; ik stel het buitengewoon op prijs, meneer Winter, dat U ons deze eerste avond van uw vacantie wilt geven," sprak de Baron.

,,0, het genoegen is geheel aan mij, meneer van Vreesewijck," antwoordde Herman. „En bovendien was een keus tusschen het gezelschap in de Springende Baars en dit charmante interieur" en Herman boog even hoffelijk in de richting van Ruth, „niet erg moeielijk."

Ruth lachte en toonde haar prachtige witte tandjes.

„Heel complimenteus, meneer Winter, maar die keus puzzelde U nog niet, toen U Ooms invitatie aannam!"

Herman lachte.

„Freule, ik geef me gewonnen," sprak hij dan, „maar er bestaat ook nog zoo iets als een goed gesternte en daar verlaat ik me graag op."

„O, U is dus astroloog," plaagde ze. „Maar meneer

Hotel „De Springende Baars".

3