is toegevoegd aan uw favorieten.

Hotel "De Springende Baars"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOTEL „DE SPRINGENDE BAARS"

stelling van haar oom en het gesprek werd nu wel zeer vroolijk en geanimeerd.

Toen ergens buiten een klok tien slagen liet hooren, gaf Herman Dirk een wenk en stond meteen op.

,,Ik hoop, dat U de volgende keer eens wat langer blijft," sprak de Baron, „maar nu wil ik daar niet op aandringen; meneer Winter heeft vandaag een lange reis achter de rug. Hebben de heeren lantaarns bij zich?"

„Ja, ja, daar hebben we om gedacht," antwoordde Dirk.

Ze namen afscheid van Ruth, die nu heel lief was.

De Baron liep mee naar buiten en deed hen uitgeleide tot aan de brug, welke nog was neergelaten.

Toen de beide vrienden even later in de donkere eikenlaan liepen met de ronde lichtcirkel van Dirk's lantaarn voor zich op het pad, hoorden ze achter zich de kettingen van de brug krassen.

„Daar gaat-ie weer," zei Dirk. „Charmante menschen, hé?"

„Zeer innemend," beaamde Herman, „en die Ruth is een schatje. Ik benijd je, dat je haar mag accompagneeren. Maar is ze dan niet critisch?"

„Valt erg mee, antwoordde Dirk, „trouwens, zonder grootspraak, maar ik speel veel beter dan dat zij zingt,"

„Oei! Is ze eigenlijk niet muzikaal?"

Dirk lachte.

„Ze is lief."

„Aha," zei Herman weer. „Maar a propos, er zijn toch zeker nog wel andere bedienden op het kasteel dan die middeleeuwsche poortwachter?"

„Ik heb nooit ander personeel gezien."