is toegevoegd aan uw favorieten.

Hotel "De Springende Baars"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOTEL „DE SPRINGENDE BAARS

van dat prachtige beest nog blinken in het zonlicht, maar dat was ook het laatste, wat ik er van zien zou. Wel weet ik, dat ik nog even dacht, dat het een grapje was van mijn vriend Winter, maar dat kwam toch anders uit!

„Toen ik weer bij kwam, lag ik in de kamer van meneer Brooks en ook bij mij zat de Ku-Klux-Klan man naast mijn bed en liet me drinken. En ook ik heb mijn bagage meegekregen en ik mis niets, want ik had geen revolver en ook geen andere papieren dan mijn pas, wat bankpapier en wat particuliere brieven en zoo. Dus om geld schijnt het de menschen niet te doen te zijn."

Uit de duisternis klonk een sarcastisch lachje van Mr. Uriah Brooks.

„Ja," sprak Dirk, „want anders hadden ze dat bankpapier er wel uitgenomen! En nu is de beurt aan meneer Platzoetski."

„Ik kan nog korter zijn," sprak deze. „Ik zat in de eetzaal te lezen; er kwamen een paar menschen binnen. Ik lette er niet op wie het waren, zat er met mijn rug naar toe. Een oogenblik later was het met mij ook gebeurd. Toen ik weer bij kwam, lag ik in de kamer van de heeren Brooks en Molenaar en verder, de Ku-Klux-Klan man ..mijn bagage ... alles precies eender. Ook mijn revolver is verdwenen en eveneens mijn papieren. Voila!"

„Ja, en wat zal er nu gaan gebeuren?" vroeg de Signorina.

„Het wachten is voorloopig op de heeren O'Marrick en Winter," lachte Uriah Brooks. „A propos, meneer Molenaar, die meneer Winter was een vriend