is toegevoegd aan uw favorieten.

Hotel "De Springende Baars"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOTEL „DE SPRINGENDE BAARS"

„De Sig'norina!" kreet Herman.

Met een paar rukken schoof hij de grendels weg, duwde de deur open.

Door een vertrek, waarin drie ledikanten stonden, keek hij in een zwak, door een enkele kaarsvlam verlichte kamer, waarin, om een tafel, vier menschen zaten te kaarten.

Een kreet van vreugde ontsnapte Herman en hij stormde naar binnen.

De vier kaarters rezen verschrikt van hun stoelen.

„Dirk, kerel! gelukkig ... leef je nog?" riep Herman. „Signorina .. . come sta . ,. come sta? ,.. Mr. Uriah Brooks . .. How do you do? . . . meneer Platzoetski . . . Dzien dobry . . . dzien dobry . . .!"

„Herman!" kreet Dirk, „allemachtig, kerel ... jij hier? Ben je ook gevangen?"

„Gevangen?" lachte Herman. „Ik heb zooeven met acht man het kasteel, wat je zou kunnen noemen, stormenderhand veroverd! De heele bende zit geboeid in de torenkamer en ze kunnen geen vin verroeren! Als ik ..."

Hij werd plotseling in de rede gevallen door Verleun, die nog wat achter was gebleven en nu naar binnenstoof.

„Meneer Winter .,, meneer Winter ... gauw ... ik hoor het geluid van een vliegtuig hier vlak in de buurt!"

„Wat zeg je?" kreet Herman verschrikt. „Een vliegtuig?"

„Ja, ja, en het moet er een zijn met zware motoren ,.."

„Allemachtig .,. Mee jongens . .. als de weerlicht .,.! en zonder zich den tijd te gunnen om zich