is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan dood water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

golven af, en er staan geen duizend sidderende rimpels meer op elke rug. De fluittoon in het want van de U.K. 183 is twee octaven lager. Men komt op adem na de barre tocht.

Ze zijn al onder het eiland. De havenpieren wenken in de verte. Als zwarte armen rekken ze zich in de zilveren zee. In het glas van de vuurtoren blikkert de zon. Urk is een schilderij vol glans en sterke kleuren, in een omber passepartout. Urk is een zonne-eiland, midden in een woeste, grauwe wereld! Bij het zien van het eiland breekt er iets in Post. Welke Urker kan somber zijn, als hij zóó zijn eiland ziet? In hem begint de psalm te zingen:

Hoe schoon, hoe welgelegen,

Wat vreugd voor d'aard, wat zegen

Op Urk valt alle triestheid weg. Op Urk is het goed. Als de heele wereld in ellende verkeert, dan schijnt op Urk tóch de zon.

De botter rondt de ton, die de ondiepte onder het eiland

merkt. Hij vaart nu recht op de havenmond aan

Eensklaps is er weer een hooge fluittoon in het want. De wind valt gierend uit een bui. In de verte rommelt het. Uitloopers in de kleuren van lood en koper wringen zich uit de wolkenbank. In twee minuten is de wereld dichtgeslagen. Als een dronken stier springt de botter tegen de opnieuw wild geworden golven op. Rondom staan zwarte luchten; onder een looden hemel wordt de botter platgedrukt. Snel valt de duisternis.

Urk is in de bui verdwenen. Een zwart scherm hangt voor