is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan dood water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lende werkelijk voorbijgaan? Zou hij straks schipper kunnen worden op een bak?

Er begint wat te lichten in Riekelt's oogen. De doffe wanhoop wijkt en daardoor breekt de wrok.

Hij loopt bij den agent der arbeidsbemiddeling aan. „Zou ik me hier kunnen opgeven voor bakschipper als het zoover is?" Natuurlijk kan dat. De agent kan ook wel zeggen, dat zijn kansen niet slecht staan. Hij heeft hooren verluiden, dat een flink deel van de arbeiders aan de dijken Urkers zullen moeten zijn.

Met een ruimer hart dan hij in maanden heeft gehad, gaat Riekelt het kantoortje uit naar buiten. De vlaggen ergeren hem nu niet meer. Ze monteren hem verder op.

Dicht bij huis slaat echter zijn opgewektheid weer stuk. Een ellendeling ben ik geweest voor Mar, beschuldigt hij zichzelf. Ik heb haar genegerd.

Schuw opent hij de deur. Hij ziet hoe Mar haastig het kind wegtrekt, bang dat het hem in de weg zal staan, en hij schelden gaat. Het doet Riekelt nu zeer.

„Kan ik je ergens mee helpen?" vraagt hij.

Zij kenkt verrast op. „Hoeft niet," zegt ze. „Ik red 't wel." „Moeten er geen aardappels geschild worden?" houdt hij aan. Ja, dat moet nog, maar zij heeft daar wel de tijd voor. „Ik zou 't graag doen."

Weer kijkt ze op. Z'n stem is zachter dan ze in lang geweest is en z'n gezicht ook. Zou hij anders worden? Ze durft het niet gelooven. Maar ze geeft hem het mandje met de aardappels, en terwijl ze zelf voortgaat met vaten wasschen. ziet ze met verbaasde vreugde, dat hij, al schillend, met het kind speelt.