is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeder denken. Haar moeder was een danseres geweest. Geen Pavlova of Argentina, omschitterd door de glorie van een wereldfaam. Een roemlooze en naamlooze cabaretdanseres...

Als Floortje Désire in de stad langs een cabaret of dancing wandelde en naar de bonte affiches keek, ging het altijd even door haar heen, of een dier exotische namen die van haar moeder zijn kon. Violet Delmonte? Kon het zijn, dat haar moeder zich Violet Delmonte noemde? Kon het zijn, dat ze een van de „Blue humming bee's" was, die met blauw gazen vleugeltjes en rokjes stonden afgebeeld?

Het bleef bij een speculeeren met mogelijkheden. Floortje Désire had alsnog niet meer dan een zeer vluchtige interesse voor de wereld buiten zichzelf. Ze stond erin, verslonden in het wonder van den eigen bloei. Toch moest ze nu op dezen avond, die een belofte van lente was, met een vleug van weemoed denken aan die onbekende moeder.

Misschien, dacht ze, noemde ze zich wel, zooals ze in werkelijkheid heette, Jenny Désire. Het was niet mogelijk, dat ze zich noemde bij haar meisjesnaam, Jenny Gravestein. Dat was een naam, die veel te plechtig en donker sleepte als een rouwgewaad, om den naam te kunnen zijn van een cabaretdanseres.

Op een dag was Jenny Gravestein uit het huis van haar ouders verdwenen. Uit ditzelfde huis, dat haar dochter, Floortje Désire, nu beneden zich wist, kil, star en armelijk deftig. Met leege gangen en te weinig meubels en te veel gordijnen en te hooge, zwaar gedecoreerde plafonds. Jenny Gravestein was, uit de kille omstrengeling van deze met moeite in stand gehouden statie weggeslipt... de wijde wereld in. Een meisje