is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haghen", waar de heeren ter sociëteit togen en het meer volksche, dat „De Blauwe Engel" heette. Hier stalden de boeren, die op marktdagen van diep uit het achterland aan kwamen rijden, hun sjeezen en huifkarren en dronken hun borrels, omhuld door dik opwademenden tabaksrook.

Op dezen morgen viel door de pas ontloken, zeer heldergroene, zijdeachtig transparante lindeblaadjes een ijle, groengouden schemer over het plein, een afglans van groen en goud dooreen, die het van een droomerige beslotenheid deed schijnen. Een afzonderlijk wereldje, heimelijk en stil in dezen lichtval, die als een teedere liefelijkheid gevangen lag in den kring van die wat norsche, grauwe huizen, achter wier gebogen of trapsgewijs omhoog gaande gevellijnen men dan het blauw zag schemeren... het heller en onversluierder blauw van een andere wereld, die in een ander licht stond. De wakende, beweeglijke, immer veranderende buitenwereld. Men zou kunnen gelooven, dat dit marktplein van Heerenhaghen, zoo lieflijk en stil en onaantastbaar in zijn groen-gouden droom, een eilandje van onveranderlijkheid was, liggend buiten den tijd.

Secretaris Billeman zag niets van dit alles of zeer weinig. Hij zag, dat het mooi weer was, dat de linden in den nacht plotseling groen waren geworden en dat een man van de gemeentereinigingsdienst met wijde bezemhalen het plein schoonveegde. Zelfs dat dit aangeveegd zijn het plein iets ingehouden feestelijks gaf, alsof het zich verstolen voorbereidde op een heuglijke gebeurtenis, ontging hem.

Het carillon begon te tinkelen in het ranke torentje, waarvan het opengewerkt rozet als een sierlijk, blauwdoorlicht juweel tegen den hemel stond. Het was een der oudste carillons van