is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overloopend van gereedheid om te vereffenen, wat niet gladjes loopen mocht. Maar de burgemeester zegt enkel hautain... nonchalant bijna... terwijl zijn bleek amberkleurige blik zich richt op Biüemans, inderdaad een ietsje te prominenten buik

— Deze... eh... die wil ik, dat komen zal. —

Hij schuift over het leege bureau heen den sollicitatiebrief van Floortje Désire naar Billeman toe.

En deze glimlacht verstolen onder zijn snor. Hij heeft een moment op deze reactie van den burgemeester gehoopt. Hij weet, hoe die plotseling op een klank... een kleur... verliefd kan worden en daar dan hardnekkig niet van laten wil.

— Er zal geen bezwaar tegen zijn, dat... juffrouw... eh... hoe is de naam? — ... Désire... opgeroepen wordt voor het geven van een proefles, — zegt hij effen.

En trekt af met de stukken, tevreden glimlachend, dat hij dien gek van een burgemeester heeft gespannen voor zijn — Biüemans — avontuur.

Floortje Désire zal komen in Heerenhaghen, maar als er tegenstand mocht rijzen, zal het zijn, omdat de burgemeester het zoo gewild heeft.

Van meester Menardie was in geen geval tegenstand te duchten. In Heerenhaghen werd meester Menardie niet voor vol aangezien. Hij droeg een cape. Een schoolmeester, die een cape draagt, is in een stadje als Heerenhaghen niet in tel. Het stempelt hem tot een zonderling en een schoolmeester is niet hoog genoeg in rang, om een zonderling te kunnen zijn, zonder daarom geminacht te worden. Bovendien had meester Menardie zeer gedecideerd meer belangstelling voor bloemen en planten