is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kinderen verlieten langs haar heen het lokaal. Ze zagen even naar haar op... velen van hen... met dat soort van schuchtere vereering, dat kinderen dikwijls hebben voor het wonderlijke... het geheel buiten hun dagelijksche sfeer vallende. Een enkel klein meisje streelde met een schuw vingertje langs de rose stof van Floortje's jurk. En een was er, die vroeg: — Is ze d'r blijven slapen, juffrouw, in de betooverde stad ? — — Ik weet het niet —, zei Floortje. — Het gebeurde dezen dag en het is nu nog geen avond. —

Ze gaf dit antwoord niet, om het kind tevreden te stellen. In zijn naieve, kinderlijke volstrektheid was het ook voor haar het eenig mogelijke.

Het kleine, blonde meisje knikte en ging bevangen en aandachtig door den dag, die haar plotseling vreemd kostbaar leek, omdat hij een zoo wonderlijk gebeuren in zich droeg.

En ook de raadsleden trokken in plechtige rij langs haar heen en de burgemeester, gevolgd door den secretaris en in de oogen van hen allen, als ze haar groetten, lag vaag iets van verwondering over deze bekoring, die hen voor een oogenblik van hun zelf... van hun dagelijksche zeiven... had kunnen vervreemden. De burgemeester alleen voelde deze vervreemding als verlossing. Hem bleef de dagelijksche gewoonheid immer onvertrouwd... ook het eigen ik daarin. Hij zou nu wel graag willen praten tegen deze Floortje Désire, die was als de klank van haar naam had beloofd. Hij zou haar wel mee willen nemen naar zijn huis. Hij zou lang willen luisteren, als ze verhalen vertelde, die een accent van werkelijkheid hadden... die hij gelooven kon, zooals hij ook aan zijn verzonken stad geloofde. Hij had het gevoel, dat ze ook daarvan