is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was inderdaad een beetje benevelend. Maar niettegenstaande dat, Miene kon gerust zijn...

En op een bank in het park zat de jonge burgemeester en het zich overstroomen van lindengeur. En hij dacht aan het meisje, dat de Februaridèns had willen dansen en of ze zou zijn blijven slapen in de betooverde stad. Hij hoopte maar van wel. Hij wenschte altijd de voortgang der dingen, die hem beangstigde, te stuiten. Hij wilde dat het leven „stil" zou zijn en realiseerde niet, dat het dan niet meer „leven" was. Hij wilde wel aan Floortje Désire vragen over dat meisje. Morgen zou ze komen. Billeman had dat gezegd. Billeman mocht vooral niets weten van dit... van hem en Floortje Désire. De nacht was nu wel goed. Hij zou den nacht door wakker blijven... en slapen overdag. De verzonken stad was niet ver... of was het de betooverde stad?...

En Katrien Groot-Arvelink, de knappe rosblonde dochter van boer Groot-Arvelink, lag wakker en dacht, dat ze kermis zou houden met Harry. Al moest ze er haar ziel en zaligheid voor aan den duivel verkoopen en al sloeg haar vader haar naderhand half dood en al had ze zichzelf en anderen beloofd, dat het nu uit zou zijn, voor goed, nu hij haar zóó gemeen bedrogen had,... toch ze wou en ze zou kermis houden met Harry. Nu hij immers bij haar terug gekomen was... En Harry, volontair ter secretarie, die het nooit verder zou brengen dan volontair, door zijn ouders hier „opgeborgen", omdat dan tenminste het gerucht van zijn wandaden tot de bewoonde wereld niet doordrong. Harry dacht: Dat nieuwe schooljuffertje was een dot van een kind. Hij moest het in orde zien te brengen, dat hij morgenavond met haar... Zou wel niet zoo