is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had en zich verder niet verwaardigde uit hoffelijkheid een gesprek te voeren. Vrouw Sevryn had niet erg met „dien Billemen" op. Hij was, zooals ze het zeer drastisch uitdrukte „toch maar een gatlikker."

Billeman wacht geruimen tijd en spelt de verbleekte opschriften op de groene trommels uit... sprits, jan hagel, weespermoppen. .. En dan komtr Floortje in het bleekgroen, lindebloesemkleurig jurkje van soepele stof, dat ruim plooiend neervalt tot bijna op haar witte schoentjes, de trap afgedaald. En het lieflijk-bloeiende, het zoet-hevige van haar bekoorlijk elfengezichtje met den heel rooden, als geschminkten mond is doorgloeid dien avond van een vreemde koorts. Er is iets desperaats in haar hartstochtelijk willen beleven van het wonder.

— Kom! — zegt ze en snelt ongeduldig voor Billeman uit de opglorende feestelijkheid tegemoet, die even, met het openkleppen van de deur den bakkerswinkel van Sevryn indringt... golf van lindengeur en baklucht, van draaiorgelmuziek en dofroezende menschenstemmen.

Billeman heeft zich gehaast haar opzij te komen. Hij is nu een gewaarschuwd man. Hij vertrouwt niet, dat het üchte figuurtje vrijwillig aan zijn zij zal blijven. Dus legt hij met geweld beslag op haar door zijn arm door den hare te steken. — Heerenhagensche kermiszede, juffrouw Désire. s' Lands wijs, 's lands eer. —

Floortje voelt zich als een slecht gedresseerde hond aan de lijn. Ze trekt. Ze is Billeman gedurig een halven pas vooruit en wat die arm onder den hare doorgestoken aan speelruimte laat, benut ze om den afstand tusschen hem en haar wijd te