is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij niet zoo koejonneerde."

— Nu bracht bij Grauwenhingst de zede mee, dat nooit de een over den ander achter zijn rug mocht klagen; alles wat men had, zeide men elkaar vlak in 't gezicht, daar was het kibbelen voor. Aagje gaf dus niet toe, dat Edmund zijn broer koejonneerde. Maar plotseling voelde zij, dat dit iets anders werd, dat zij en David bezig waren samen hardop te denken, of nog niet eens hardop, zoodat men niemands vertrouwen schond. Dat kan, wanneer men samen als man en vrouw...

»Aagje," zeide David onverhoeds, „wij houden van elkaar, laten we trouwen." Maar mèt dat het ontzaglijke woord er uitvloog, had hij een lief ding besteed om ’t terug te halen. Want wat was dit anders dan verraad? Zijn gezicht werd donker van schrik: nu diende Aagje te antwoorden, en al zeide zij van neen, dan werd het verraad daar immers niet minder om! Aagje, die van hun drieën was, voor zich alléén te vragen, en vrijwel buiten iemands weten om... dat moest Edmund eens gedaan hebben...!

Maar van terugnemen of voor ongezegd houden was al geen sprake meer. Want Aagjes rond gezicht begon te stralen en zij zeide: „Jazeker, lieve David, dat wil ik graag."

„Ja maar, Aagje, zou ’t wel kunnen, is 't niet oneerlijk tegenover de anderen?" vroeg David met het kloppend geweten van iemand, die eigen en andersmans goed niet uit elkaar heeft gehouden, wel niet met slechte bedoeling, maar intusschen, 't feit ligt er toe. Doch de stijve, roode vroege-morgen-vingers van zijn nichtje grepen stevig om zijn weeke hand en al Davids schroom versmolt. Het mocht, het kon. AVant nooit zou Aagje in iets bewilligen, dat minder mooi of niet rechtschapen was. Als Aagje hem niet in staat achtte om er met de kas van de vereeniging vandoor te gaan, welnu, dan was hij een onkreukbaar man.

„Nee, David, dat is heelemaal niet oneerlijk." En Aagje, die immer practisch dacht en ook ver vooruit, zeide, dat er haast niets in huis hoefde te veranderen; alleen zouden ze nu samen deze kamer nemen en wat hier stond van de collectie kon gezet worden op de kamer van haar. Verder zou alles bij 't oude blijven,