is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met Aagje beraden wilde, doch stopte ’t in den koffer terug. En vroeg toen schuchter, of Edmund lezen mocht.

Aagje kende ’t boek niet, zij kende geen literatuur. Doch haar gevoel zeide haar, dat Edmund in 't lezen van dit boek althans geen zin zou hebben. Maar zij liet het nu verder op zijn beloop. Zij kon Amieke tot de deur bij Visser brengen. Dan moest het verder maar gaan, zoo 't ging.

Zij liepen de straat weer op; Amieke had nu weinig meer te zeggen. Zij wilde bloemen koopen en Aagje wees haar den winkel; zij koos een tuil witte leliën. Zij stapte zwijgend voort met haar boek en haar doos en haar bloemen; ’t leek eensklaps als torste zij zoo'n zware vracht, dat zij daar haar adem voor moest bewaren. En toch ging zij daareven nog zoo licht met dien heelen koffer.

Maar in t voorhuis bij Visser, waar Aagje afscheid nam, keerde voor Amieke de kalmte weer. Want de moeder ontving haar, de jonge mevrouw Visser, die toch zelf al zoo jong niet meer was. Zij stond daar, in de koele schaduw van ’t huis, waar ’t zoet en vochtig rook, zoo rustig en recht, een vredige vrouw, niet schoon, maar zoo liefelijk. Haar stem was als balsem, welke gestreken wordt over gekneusd vleesch; men weet niet eens of 't erg is aangekomen, doch de balsem doet goed, dat is alvast een gunstig teeken, En Amieke putte er troost uit dat Aagje vreeselijk overdreven moest hebben, als Edmunds eigen moeder er zoo gewoon over praten kon.

Veronica nam de leliën aan en bracht ze in de voorkamer aan de straat, die schemeriger en koeler was dan zelfs de gang; de zomer trad hier niet toe. „Als ze hier staan, geuren ze door het heele huis, we zullen de deuren openlaten." Toen zeide zij vriendelijk, dat Amieke zich geheel op haar gemak moest gevoelen. Ze zouden samen koffiedrinken, Edmund had gezelschap van zijn grootmoeder. Daarna moest hij rusten. In den namiddag kon Amieke wat met hem praten. Zij zouden alleen zijn.

Veronica zeide dit uit goedheid, opdat Amieke begrijpen zou, hoe de geliefde alleen moet zijn met den dooden geliefde; nie-