is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achter de grens, aldaar geschut plant. Maar Piet begon ook nog daarenboven te fluiten en zijn moeder constateerde nu, dat het snotape van de straat benne, die 'n mensch uitfluite.

Piets als uitfluiten gedisqualificeerd solonummertje bleek intusschen een aardig en van ouds bekend liedje te wezen: ,,Er ging een pater langs den kant.. Hij floot, fijntjes en zoet, lang niet onverdienstelijkj ’t was te bemerken, dat deze bengel een muzikale jongen was. Hij wist waarlijk iets prils, iets minziek en dartels te leggen in ’t eenvoudig wijsje. „Hei, ’t was in de Mei, zoo blij..." — de vrijers en vrijsters moedigen den blooden pater aan: „Kom pater, gij moet kiezen gaan.” Dat doet de pater; hij is een jonkman als anderen, hij vat er zijn zoetelief bij de hand. Zijn zoetelief is een nonnetje; alevenwel, zij laat zich bij de hand vatten en kussen. „Kom, pater, geef je non een zoen..."

Maar zóó muzikaal was ook Comelis Klaphek nu toch niet, dat hij de bekoring van het oude liedje blanco kon ondergaan. Hij vloog op en sloot den pijpenden mond met een mep. Piet viel om, een kopje ging aan scherven, de zussen gilden: „Lamme jonges," en de goede moeke vroeg, ietwat mal è propos, daar juist het tegendeel bezig was te blijken, of ze der fesoen niet konde houwe voor 'n dame as Steeffenie, die óók wel zou denke: „hoe hebbikt?" Doch de krachtige aannemer, zonder zijn zwijgen te verbreken, stond op, liep toe, pakte zijn zoons bij hun lurven, kwakte hun hoofden tegen mekaar en gooide ze de gang in, als twee vechtende honden. Daar hoorde men ze geruimen tijd bakkeleien, half ernst, half gekheid, totdat het stiller werd en moeke door de deur heen riep, of ze nou uitgetuild ware. Ze antwoordden van ja en kwamen verfomfaaid en wel de kamer weer binnen. Maar hoewel het jonge Pietertje in dit handgemeen ’t stellig niet gewonnen had, zoo was het niettemin Comelis, die sip keek.

Cor Klaphek kon overdag niet verzuimen; Stephanie zag zich aangewezen op haar schoonzusters. Vroeg in den ochtend waren Klaphek en zijn vrouw al uit de veeren; de aannemer ging naar