is toegevoegd aan uw favorieten.

Alles komt terecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cusschen de tanden, de tong puntig deed klapperen, met een duivelsche guitigheid.

„Dwaasheden! Dwaasheden wil ik uithalen!"

En zij knipperde met de vingers en duimen van beide handen als speelde zij met castagnetten. Ik vraag mij nog altijd af met welk woord ik haar tot haar eigen aard en goedwilligheid had kunnen terugroepen. Het is zeker mijn bedoeling niet geweest haar nog verder te prikkelen of haar uit te dagen, toen ik haar zei:

„Niet iedereen is daartoe in staat. Niet iedereen kan de sol boven den notenbalk zingen. Ik vrees dat gij valsch zult zingen."

Bedarend tikte ik met de hand op haar schouder. Ik voelde dat zij zich strak oprichtte. Ik verwachtte niets meer van ons gesprek. De zon was achter een boomenmassief gedaald en het was alsof de kamer plotseling zonk langs den zoom van een donker woud.

Op den overloop luisterde ik dien avond even aan de kamerdeur van Bert. Geen gerucht van binnen. Ik draaide aan de klink. De deur was op slot, wat bij mijn weten nooit het geval was als hij zijn kamer verlaten had. Ik maakte nog wat gerucht, maar ik kreeg geen enkel teeken van leven. Ik weet nu dat hij „definitief zijn eenzaamheid betrokken had", en dat hij meende ook