is toegevoegd aan uw favorieten.

Alles komt terecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alsof zij den man in mij met uitbundige ontboezemingen en een toenemende schaamteloosheid wilde doen wankelen, tot ik haar doorgang verleenen zou naar hem.

„Gij moet een van zijn goede vrienden zijn, aangezien gij zijn vertrouwen bezit. Gij meent hem te kennen. Er is geen man op aarde, die hem kennen kan. Zoo lief, zoo verrukkelijk, zoo'n man." Zij wond zich op en bedronk zich aan haar amoureuze herinneringen. Zij betastte haar eigen vingers, haar wangen, haar lippen. Wanneer zij genoeg tusschen duim en wijsvinger haar mond had gekneed, klonk er als 't ware een gekraai van genot heesch in haar keel.

„Ik voel hem nog overal. Dat kon hij alleen, hij alleen in die mate. Hij heeft mij eens gezegd: gij zult mij voelen tot in uw nagels en in de wortels van elk haar. Waar zijn hand ging voelde ik mij smelten. Een andere maal zei hij: ik zal u met een scherpen zoen van hoofd tot teen opensnijden. Hij is toen met zijn mond van mijn hiel naar mijn lippen gestegen, — ik had het willen besterven. Ik sprong op in zijn armen en wilde hem bijten. Hij hield mij sterk en zacht in bedwang: niet onstuimig op hol slaan, het klimmen begint nog maar. En het was waar. Met hem ging men altijd hooger."

Ik moest een beroep doen op al mijn onge-