is toegevoegd aan uw favorieten.

Alles komt terecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer aan te steken. Hij had mij op den uitersten boord gebracht waar ik halsstarrig had willen zijn. Als hij mij na korten tijd aanraakte verviel ik in een onzeggelijke verdeeldheid: ik trilde van walg en razernij. Ik beefde van benauwdheid: ik hoopte en vreesde dat ik het besterven zou. Er was te veel moedwil en opzettelijkheid in die volupteit geweest. Onder zijn hand voelde ik dien verschrikkelijken middag alle verlangen wegstroomen. Mijn mond werd droog alsof ik zand at. Onze omhelzing werd een worsteling. Hij liet mij los, sloeg mij een heelen tijd verbitterd en spottend gade. „Hasa, zei hij, gaat gij als een jong meisje uw genot met uw geest bederven? Of zijt ge niet beter dan de zedige vrouwen en hebt gij wroeging?" Ik had toen nog geen wroeging. Ik had een ontzettenden weemoed. Ik vond het overbodig nog tegen Bert gekant te zijn. Zonder wroeging vond ik dat ik mijn kinderen niet meer waard was. Ik had in een van zijn laden een wapen gezien. Ik zocht het. Die weemoed, die erger dan wanhoop was, gaf mij de gedachte in: — „Eén schot, en alles is uit." Als hij toen had gewild, zou ik gestorven zijn. Hij maakte er een spelletje van. Toen werd ik halsstarrig overtuigd, dat ik verloren was, maar dat ik, geofferd, met hem moest afrekenen. Ik weet niet hoe ik het gedaan heb gekregen: ik was uiterst helder van geest