is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich heen. Godlief leest nog een krant in zijn drogisterij. De etalage van de jood Kiedeleinos glinstert of hij van zilver is. Het groote Warenhuis van Bisma en Roon is helder verlicht en de groentewinkel van Reimering is een tuin vol kleuren: druiven paars en wit, goud-bruine chrysanten en oranje wortelen, goud-gele perziken en rood-wangige appelen. Op een droomerige absente manier koopt Taco druiven, een groote zak vol, ze zijn goedkoop en zoet. Hij luistert naar alles wat die ronde dikke vrouw Reimering zegt — en hij hoort haar bijna niet. Hij kijkt alleen maar aandachtig naar de lange gouen kegeltjes in haar ooren, die wiegelen als klepeltjes heen en weer. En hij snuift de reuken van de vruchten op, van de groente, de aardreuk van de knolselderie en de rammenas. En hij denkt: „Ze houdt immers van druiven?" Hij zwaait met zijn zak als hij verder loopt. „Over die laatste artikelen van me is Krabbeel ook weer niét . . . och nee, stil. Minister Kerll — nee-nee, stil." Er is een geheimzinnig fluisteren in de roest-roode beukenhaag rond de begraafplaats. Die kleine luwe avondbries fluistert hier met de dood . . . „Het is prettig om naar je eigen voetstappen te luisteren. Ik leef nog. Deze avond beleef ik nog . . ." In de verte glanzen de lange gele spitsboogramen van de Lambrechtskerk. Er is dus dienst, Artzenius is daar dus aan het woord, misschien wordt er een wijdingsavond gehouden voor Kerstmis. Veel kleine lichte vensters glanzen er rond de kerk, veel kleine bochtige stegen en straatjes, veel ijlzwarte boomen. „Eenmaal — zal ik dan weer vertrouwen hebben?, stil maar, stil ... Ja-ja, eenmaal misschien . . ." Taco blijft staan onder de bevende takken