is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En dan wordt ze stil in de avond. Tegen de nacht geeft ze onwillig antwoord, tegen de nacht komt er een vreemde stemming over haar en dan is ze in zichzelf gekeerd en stug. Ze wendt haar hoofd af en ze bijt in haar lip, als ik bij haar kom. Wat is dat?, wat is dat dan? Je zou een dokter kunnen raadplegen. Ja, nou — een dokter. Wat zal zoo'n dokter zeggen?" Hij kijkt op. En Crijna Boetzaarde knikt tegen hem of hij toch met haar gesproken heeft en of ze zijn gedachten toch verstaat ... Ze wil een boek voor hem halen. Ze leest in het boek voor ze slapen gaat. „Een zeldzaam mooi boek", zegt ze. Ze gaat naar een andere kamer, en hij volgt haar stil. Dit is haar slaapkamer dus! Het is of er een witte gloed van haar bed uitgaat, dat witte heerlijke bolle bed tintelt in het heldere licht van de muurlamp, gul en hartelijk ziet dat bed er uit. Hij sluit de deur achter hen beiden dicht: „Crijna . . .?"

Maar Taco's glimlach glijdt ook weer weg. Het is of hij wakker wordt. Hij is weer terug op dat lange sparrenpad van Ballering, hij luistert — met kleine oogen kijkt hij om zich heen: duisternis, stilte, boomen zoo ijl als geestverschijningen, hoog in de lucht kort en plotseling een zwak geruisch, een geruisch dat snel afgebroken wordt — en dan is de stilte nog dieper. Yerweg hangen de kleine straatlichten van Bijckevorsel als vonken in de duisternis, daar voor staan nietig als kartonnen speelgoedhuisjes de zwarte fabrieksgebouwen van Onema en Grushart.

Taco komt zijn huis binnen — éer hij zijn huis binnenkomt. Hij gaat de wenteltrap op en bij dat zijig-gele licht van de kleine bedlamp ziet hij Anne-Cris' tenger-

Bruggenbouwers — 7