is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Prinsenstraat in, een prettig stil straatje is dat toch! Als een dunne laag bladgoud ligt de zon over de geveltoppen. Naast de grijze zijmuur van het Kadaster staat een appelboompje, kaal maar met een massa geestige takkrulletjes. Mooi is die inkijk op het Koningin-Sophiaplein: flikkerende glas-in-lood ruitjes, een bordesje, een lindeboom, roode muren . . .

Taco gaat neuriënd naar huis, een pluimpje kamille in het knoopsgat van zijn jas. Zién de menschen er nu wel zóo èrg bedrukt uit? Nee, volstrekt niet, ze glimlachen, de menschen, ze staan zich te schurken in de zon, ze loopen met lange lichte stappen. Glimlachend zit Taco aan tafel. Er is zooveel licht, er zijn zooveel bloemen. En de hooge eikenhouten lambrizeering geeft wat vertrouwelijks aan dit vertrek, iets van intieme huiselijkheid. Deze kamer heeft — sfeer. Vergenoegd let Taco op alles: de aardige lelie-motiefjes in het tafellaken, de opaalkleurige schaal met de roode appelen, de zonneplekken op de vensterbank, de vriendelijke blik van Anne-Cris, de kameraadschappelijke toon waarop Thieu tegen hem praat, de harde kinderlijke lach van Us . . . Ze eten. Er wachten al musschen op de vensterbank. Ze luisteren zoo nu en dan naar het radio-concert: „Wo find' ich deines Vaters Haus? Heimweh . . . Abschied hat der Tag genommen . . ." Er lacht toch ook iets in die jonge krachtige stemmen van het zangkwartet, er lacht zelfs iets in het glanzen van een schotel, in het slaan van de klok. Taco kijkt nog 's rond. „Alles is als altijd! En toch is er een prettige stemming . . ." Het meest let hij op Anne-Cris. Anne-Cris draagt een water-blauwe jurk en een kinderlijk hals-