is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch niet — zit jij ergens mee . . .?" Bos wil toch lachen, wil hartelijk lachen, het klinkt zoo armoedig. Hij merkt het zelf ook wel. Dan wordt hij stil. Dan schuifelt hij heen en weer met zijn groote kreukelige schoenen. Hij steekt zijn handen in zijn jaszakken en legt ze ook weer op zijn rug. Hij kijkt vluchtig naar Taco op en hij kijkt lang voor zich neer. „Nee — ja, kijk u 's, een mensch zit wel 's ergens mee, waar hij niet over praten kan en dan ben je het liefst bij degene met wie je er over zou willen praten, als je maar kon . . ." Taco ziet Bos' pezige nekje, de te wijde boord, de fletse oogen die glimlachend huilen, die zonder tranen huilen. En hij knikt: „Ik begrijp het . . Hij staat ook weer in het donker voor Crijna's huis. „Ik kan het niet zeggen — kan het niet." En als hij Bos wat uitvoeriger antwoordt, is het of hij Crijna napraat. „Ook moeilijk om alles te zeggen, om te zeggen waar het om gaat . . ." Bos komt nog wat dichterbij. „Daar heeft een mensch de woorden niet voor, meneer, dat is het — er ben geen woorden — voor alles . . ." Hij kijkt toch wat opgemonterd ... En Taco zit wéér aan zijn bureau of hij geen oogenblik weg geweest is. De kranten liggen daar . . . Hij moet de schaar hebben! Maar nu wordt hij opgebeld — en hij schrikt. „Dat vervloekte schrikken." Hij luistert gemelijk en zijn gezicht verheldert even. „Nee —niemand, dat is te zeggen — iemand anders . . .!" Hij praat ook nog met Wirschkul over het inboeken van de berichtgeving, de posten van de correspondenten. En dat vervaagt al weer, terwijl hij het er nog over heeft. Hij ziet Wirschkul's holle oogen, zijn beenige kaken. „En wat heb jij dan?", wil hij zeggen. Nee, hij zegt niets. „Wirsch-