is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naam had die man daar mee voor?", vraagt een fijn stemmetje. Dat is Ilse Look. „Omdat", raadt Imkje Marees, „hij de vrouw van die vriend ambieerde." „Ja", zegt Vokeltje nijdig, „en erger, het was hem om een vrijbrief te doen voor zichzelf, niet alleen met die vrouw, maar met alles — met alles — met allerlei andere dingen." Vokeltje is veel te nijdig over die man van dat kennisje. „Er is zooveel in de wereld", zegt Vokeltje, „en later kon zij hem nooit meer iets voor de voeten gooien. Want dan was hij haar voor. „En jij zelf dan?", zei hij, want die vrouw heeft een zwak oogenblik gehad." „Een oogenblik?", rekt Anne-Cris. Ze klakt met haar tong of ze een paard aanzet. Iemand schuift hardhandig een stoel achteruit. Iemand trommelt nerveus met de vingerknokkels op de kamerwand. Annette zegt scherp en van vlakbij: „Een vrouw kan nooit genoeg om haar goeie naam denken, met — met alles, met een huisvriend, en met heeren-bezoek en met . . ." Er valt iets om. Taco drukt zijn oor vaster tegen de wand. Er wordt al weer een stoel verzet. „Wat zei Annette toch nog meer . . . ?" Ineens praat Crijna: „Er komen ook wel heeren bij mij . . . Dat hoeft toch niet iets verdachts te zijn . . .?" Drukte. Geraas. Een stamp op de vloer. Een lach. Crijna praat luider. „Als de angst voor iets dergelijks zoo voor-aan in de gedachten hgt . . ." Geschuifel. Een heesch gemompel. Iets van bijval. En Annette zegt weer scherp en van vlakbij: „O nee, Crijna — bij jóu steekt er natuurlijk niets achter, bij jóu natuurlijk niet, dat wil ik graag aannemen, ik heb nooit iets over jóu gehoord." Ze kucht — een onaangename kuch is dat. Een van de vrouwen lacht luid, klaterend, dat is me-