is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch iets zeggen", denkt hij, „nu — met Oxford." Hij koopt het kruisje toch maar weifelend. „Als ze er nou

— op een fijne manier, de draak mee steekt?, en nog een duur bijou . . ." Hij ziet maar weinig van de avondstraten buiten. „Hoe zal ze het opvatten?", denkt hij.

Als het kruisje vóór die bokaal van cristal-de-roche staat en de fresia's smaakvol in een groen gemberpotje gezet zijn, weet hij nog niet goed, hoe Anne-Cris het opgevat heeft. „Heb ik nou toch weer voor zot gespeeld?", vraagt hij zich af, hij kijkt nog altijd naar haar gezicht. Er staat een lange fijne rimpel tusschen haar oogen en er ligt een ontevreden trek om haar mond. „Dank je", zegt ze plotseling, „dank je wel." Dat had ze nog vergeten. „Vind je het ... is het naar je genoegen?", vraagt hij nog 's. Het komt er wat onbeholpen uit bij hem. Ze knikt kort-af. Anne-Cris kan zelfs kort-af knikken. „O ja", zegt ze droog. De kou-inhem breidt zich uit. „Wat dacht je, toen ik dat kruisje voor je neerlei?", vraagt hij door, „je had weer zoo'n sfinxengezicht." Ze trekt haar eene wenkbrauw op — dat ziet hij niet graag. En dan kijkt ze hem vreemd aan: lang en zonderling. „Je wist dat ik aanstonds naar Crijna Boetzaarde zou gaan . . .?" Hij weifelt maar een oogenblik, misschien is het ook te zien dat hij wat warmer wordt. Ze glimlacht hoonend. „Als ik iets in dat opzicht weet", zegt hij wrang, „dan ligt dat niet aan jou. Maar

— wat heeft dat hier nou mee te maken?" „Ik zag een stippellijn", geeft ze luchtig aan, „in mijn gedachten." Hij wordt driftig omdat hij zenuwachtig is. „Zeg toch niet altijd van die halve dingen . . En hij wordt al rood. Ze praat vrij-rustig over zijn uitval heen. „Een

Bruggenbouwers —15