is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heinz weg is, komt hij binnen. Hij vraagt iets over de factuur van de laatste papier-inkoop. Het is maar een aanloopje. „Mijnheer, als het niet te vrijpostig is, maar wat is uw opinie nou over Oxford? Ik krijg mijnheer Look nog al 's bij me . . . En wordt daar ook materieele steun verleend? Ik hoorde zoo iets: iemand die liquideeren moest, hadden ze bijgesprongen." Wirschkul's oogen zijn zoo hol. Taco kan niet om Wirschkul glimlachen. „Geen vast omlijnde meening heb ik nog — maar materieele steun?, ik geloof niet dat dat meespreken mag. Heb jij — groote verhezen geleden, Wirschkul?", nu ghmlacht hij toch. „Eh-nee, zoo maar — ik dank u wel, mijnheer." Wirschkul glipt door die tusschendeur of hij het op een loopen zet. En Taco oogt hem verbluft na. „Och kom?", hij verwerpt een vaag vermoeden, „Wirschkul?, welnee." Bos maakt ook nog een praatje, voor de schijn neemt hij een paar cliché's mee. „Meneer", zegt Bos, „die meneer Wedzieg, dat is toch ook zoo'n best mensch. Het geduld waarmee die man me opzoekt, en me alles weet bij te brengen — reuze, die loopt het vuur uit zijn sloffen en nooit is hem iets-of-wat te veel. Die mannen-avond was ook prachtig. Daar ben ik in me binnenst van opgeknapt. Er kan toch over veel gesproken worden. En dat lucht op . . Taco knikt afwerend. „Ja zeker — zéker! Wat voor cliché's heb je daar, Bos?" Onder de koffie let hij terloops op Jozefien: een geel spichtig nekje, verlept onverzorgd haar, de lange zijkant van een wang. „Uitgedroogd ziet dat kind er uit! We moesten in het voorjaar elke Zaterdag met ons allen naar het Bornerbosch gaan, het heele personeel!" Een wemeling van kleuren ziet