is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Groep. En ik luisterde naar de getuigenissen. En er was een man die het over zijn onrechtvaardigheid had. Hij had een bediende ontslagen, en hij was in zijn jeugd zelf ook oneerlijk geweest, ik weet niet meer wat het was dat hij gestolen had, misschien een kwartje uit zijn Moeder's huishoud-portemonnee, misschien honderdduizend gulden als beurs-speculant — dat is voor God het zelfde, en die man ging naar zijn ontslagen bediende toe, die werkloos rondslenterde en hij zei: jongen, kom maar weer mee, ik heb zelf ook gestolen — vroeger. En als men mij gestraft had, zooals ik jou gestraft heb, dan zou ik verloren gegaan zijn. Nou ben ik bang dat jij ook verloren gaat, als jij zoo leeg rondslentert en daarom moet je terugkomen en daarom moeten we het samen opnieuw probeeren. Dat zei die man zoo. En toen dacht ik aan mijn bediende, die ik ontslagen had. En die misschien verloren ging . . . En ik had er geen vrede meer mee. Wie is er volkomen eerlijk?, ik niet ... Ik haalde de jongen terug. En het gaat goed met hem — een beste jongen, een van de eerlijksten die ik heb. En we zijn éen in geest en streven . .

Taco weet niet hoe het komt, maar hij moet nu ineens aan Jurgen Rupke denken. „Dat is toch heel wat anders", zegt hij bij zichzelf, „Rupke die wou de werkkring van zijn meisje stelen ... ja — maar is hij nu ook niet bezig om een hoop wrakhout te worden?, zoo als ik zelf — ook bijna een hoop wrakhout geworden ben?" Hij heeft een stille-tijd-boekje gekocht aan de ingang van de zaal. Hij haalt het te voorschijn en schrijft er wat in. „Laat je gedachten nog 's over Jurgen Rupke gaan", schrijft hij, „misschien kun je hem op de een of