is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaat toch niet op, in deze tijd, dat mag niet. Je kunt nu niet in een zalige rust op je eigen groene eiland van geluk blijven zitten. Ik zal probeeren of ik ze er — met God en met eere, nog heelhuids af kan krijgen. Ga jij ook nog naar eentje toe?" Taco voelt dat hij warm wordt in zijn gezicht. ,,Ik?, of ik . . .? Hij bedenkt zich even. „Ja", valt hem in, „ik ga naar mijn Moeder. Ja, ik moet nou toch eerst 's naar mijn Moeder toe, hè? In de Ford ben ik er gauw genoeg. Het is erger dan idioot, dat ik Moeder maar liet wachten . . ."

Een klein uur later zit hij bij haar, achter de groene ruitjes, in de keukenkamer van het Spinstuk. Hij heeft ook nog wat voor haar meegebracht. En zijn Moeder's verstild dor gezichtje leeft heelemaal op. Met een schel piep-stemmetje roept ze Heine de huisjuffrouw. En Heine de huisjuffrouw, die heeft een onpleizierig mager gezicht, haar rimpels die trekken allemaal krom naar omlaag. „Een mand vol goudreinetten heeft hij meegebracht", pocht zijn Moeder, ze pakt er al een paar van beet en wrijft ze op aan haar zwart-zijden schort, „mooie gave appelen, niet? En dan moet je dat nog s zien — een roomtaart van komsa! Daar eten we ons in geen drie dagen doorheen. Nou, wat zei ik je? Of hij ook aan mij denkt, hè? Berg het op, Heine, en doe er zuinig mee." Heine heeft de deur amper achter zich dichtgetrokken, of zijn Moeder begint over haar te klagen. „Een groote hark, die Heine, Taco. En als ze je ergens de duvel mee injagen kan, dan is ze er bij als de kippetjes. Ze wou zeggen, dat jij niet genoeg bij mij op bezoek kwam. Ik zei: och leelijke stoethaspel, je moest s weten, wat hij daar voor een drukke groote posietsje