is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derde jaar van mijn huwelijk naar Crijna Boetzaarde. Later nam ik Cobie Savrij die ik minachtte. Ik voelde mij toch nog altijd — stukken beter dan Anne-Cris: mijn leven was scheef gegaan door haar. Ik kwam zooveel te kort — door haar. Maar dat haar leven scheef gegaan was door mij, en dat zij ook een tekort had door mij, dat viel me zoo niet in ... Nu zie ik het eerst, nü zie ik het . . . En over die intrige van haar, dat spel van jaren lang, daar kon ik niet overheen, daar kon ik nog altijd niet overheen . . . Dat is het. Het zit mij nog altijd dwars. Ik heb nooit bedacht of zij al over die geschiedenis met Crijna heen was, en of die misselijke affaire met Cobie Savrij en mij haar niet meer dwars zat. God, nu zie ik het: ik hoefde niet deemoedig te zijn, ik liep met een rechte rug — nou ja, ik had dat met Cobie niet moeten doen!, daar bleef het ook bij ! — maar zij moest deemoedig zijn, en zij moest haar oogen neerslaan. Mogelijk moest ze ook eerst nog wat pipscher worden en armtieriger, ik zou dan wel op de lange duur de genadige echtgenoot geworden zijn, de ontfermende, die haar niets meer verweet, die wel zoo goed wou zijn om nergens meer op terug te komen."

Wat verwonderd kijkt hij naar de uitroepen en benamingen op het reportersbloc. „Ja— dat stond in verband met die serie zelfbeschuldigingen. Ik heb stille tijd willen houden — en is dat nou — schriftelijk mislukt?, of... niét?" Hij knabbelt op zijn potlood. „Want dat inzicht . . .?", zijn gezicht vertrekt als in pijn en verwondering, „dat ligt toch zeker aan — jouw stille tijd, man?, dat ligt — ja ... toch daar aan ,.. dat je daar rijp voor was." Hij kijkt naar de Ford om. „En moet ik