is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

manier jegens haar man. Oei, hoe die vrouw kan zwijgen en staren. Heele winteravonden kon ze tegenover hem zitten, zonder dat een woord tot haar lippen kwam. Naar oude inzetting leest de koster voor het slapen gaan nog even uit het Boek. Driemalen daags na het maal en dan nog een psalm Davids tot besluit van eiken dag dien de Heere gegeven heeft.

Als dan weer zoo'n avond van doodsche stilte voorbij is, doet ze haar kleppermuilen uit en haalt hem den Bijbel uit het voorkamertje. Zoodra hij gelezen heeft zegt ze — amen — en haakt alvast haar jurk los. En hoe snel hij haar dan volgt, in bed vindt hij haar doorgaans reeds slapende. Een bewegelooze vrouw en een die niet lam is.

Maar toch moet hij erkennen ze is aan 't veranderen. Wordt ze levendiger, wijl ze nu in afzienbaren tijd het kot in de Zeven Schoorsteenen verlaten gaat? Ach, Adriaan kan het zich zoo levendig voorstellen, hoe in zulk een enge behuizing een vrouw versteent, verdort tot alle geur en fleur er aan onttogen is. Mocht haar wezen toch veranderen in het nieuwe heldere huis, waar ze zullen binnentreden met mooie nieuwe spulletjes. Mocht ze hem daar meer toegenegen worden, guller in haar gaven van vrouw en levensmakker, als alles rondom haar nieuw is geworden. En daarop bouwt de koster.

Maar op ijdelheid heeft hij zijn hoop gesteld. Al dacht hij, dat hij won. Want toen ze woonden in het nieuwe huis, dat thans weder een afsluiting vormde van den ouden tuin, heeft hij toch Mensje enkele malen hooren zingen. Ze zong, de oude moeder. Ze zong haar