is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werk, waartegen zijn donkere bitterheid het op den duur verliest. Zoo is het ook niet eerlijk, niet rechtuit. Maar hij kan niet rechtuit zijn, hij kan niet denken aan het belang van zijn kinderen, hij kan alleen maar haat opbrengen tegen het weggeloopen dierage. Waren ze van deze vrouw niet, hoe zou hij ze waarlijk insluiten in zijn hart. Maar nu in zijn woeste kwaadheid, kan hij alleen maar vader en verzorger over ze blijven, omdat hij voor zichzelven beter zijn wil dan het slet was. Zoo hij zelf ook een sledder ergens van de straat opnam en thuis haalde, bij z'n kinderen bracht, of zoo hij met het een of andere hellejong wegtrok naar onbestemde streken, dan ware hij geen haar beter dan die verzaakster. Hij doet dat niet. Hij wil wèl beter zijn dan de sloerie, hij zal bij de kinderen blijven en zorgen blijven. Zoo wil het zijn bar haatgevoelen.

Maar zwaar zijn de nachten. Dan is t hem menigmaal, of de ramp als een benauwend zwaar doek over hem heen getrokken wordt, zoo verstikkend. Dan kruipen donkere meeningen traag door zijn kop. Wat breng ik daar eigenlijk in zorgen groot? Haar broed, het hare. En wat zal daaruit eenmaal groeien? Hoerige meiden en zijn jongen een meidenrijer, naar den aard van moeder? Ah .... beter ware 't hem dan, zoo hij zichzelven op den eigensten dag van haar ontrouw in een baggersloot verstikt had, met zijn bek voorover in

de moor. .

Maar, zoo Gertjan wil dat zijn eigen aard in ze aanwast, de aard van den vader die het leed aanvaardde en trouw bleef aan zijn taak, zoo zal hij zijn lot toch dragen moeten op gepaster wijze. Met den wezenlijken