is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwaar ongeluk? Dat heeft Bert heel niet graag. Zijn jongen is hier bij vader en onder zijnoogen. Dat mag ze hem best toevertrouwen en hij zegt dat haar vierkant. Toen heeft Bert uit haar mond gehoord, dat haar angst om dat kind nog altijd niet gesleten is. En waarom? Ze weet dat niet, ze weet het heelemaal niet, maar de angst is er nu eenmaal.

Op barre wijze heeft Bert moeten ervaren, dat voor dien vreemden angst grond heeft bestaan. Want Geurtje begon op een middag te klagen, 't Kind had ineens geen zin meer om naar de werkplaats te gaan, zag vader niet staan, maar kroop tegen moeder aan. Klaagde over pijn in z'n lijf en misselijkheid. Mijntje lei haar kind te bed, maar denzelfden avond al gaf het over. O, wat was haar kind dalijk weer erg ziek, ze zag het toch goed aan dat ingevallen wezen. Ze gingen een bangen nacht in, met een benauwd kind, dat meestal wakker lag, maar soms in diepen slaap viel om er gillend uit te ontwaken. Angstdroomen en bange gezichten kwelden hun kind, dat namen ze er goed aan waar. 's Morgens vroeg al haalde Bert den dokter. ,,Als je me niet meer aanvalt, Manschot," zei dokter goedmoedig en Bert, die dat woord ernstig nam, stamelde 't een of het ander, dat als een soort excuus moest worden begrepen.

„Heeft jullie jongen soms wormen?" vroeg de dokter, toen hij 't kind bekeken had, want hij vond een harde knobbel in den buik. Ja, dat konden ze zeggen, gister nog was er een witte spoelworm afgekomen. Daarom schreef hij santonine-koekjes voor, verwachtende dat die wormenprop dan wel afkomen zou. Maar dien-