is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vijfde tafereel.

DE KOETS.

Het Wapen van Benschop is een herberg van gevestigde reputatie. Dank zij Johan Pavoordt, kastelein in eere, die het hufterdom van zijn omgeving wijduit ontgroeid is en 't veracht. Een helle knaap, deze Johan Pavoordt. Toen hij zich voor jaren her nestelde op dit kruispunt der wegen in de Lopikerwaard, heeft hij tot zichzelven gezegd: van de boeren moet ik het niet hebben, maar van den gaanden en den komenden man. Daarom bouwde Johan een open uitspanning, die uitgaf naar de Lopiksche, zoowel als naar de Oudewatersche zijde. Die uitspanning verrees terzijde Het Wapen en hij liet zijn vrouw, later zijn groot-wordende dochters, in de stad de fijne keuken leeren. Want het langskomend volk vindt in deze streken maar weinig gelegenheid om ergens lekker te eten. De boerenkroegen uit het vlakke land zweren bij brandewijn, boerenjongens en flesschenbier. Eerst later is daar limonade bijgekomen en melk, maar in de gloriejaren van Johan Pavoordt werd in zijn herberg nog geen melk geschonken. Wat zou het! Wie van zijn vele zomergasten zouden dat lusten? Manmenschen toch zeker niet. Wie in andere boerenherbergen een maal eten durft vragen, wordt voor dwaas versleten. Want eten? Dat doet een mensch toch altijd thuis. Neen. . . . wie geen brandewijn, boerenjongens of flesschenbier lust, gaat maar wijer op. Johan Pavoordt evenwel kent zijn wereld. Kom binnen wie lekker eten wil, kom in Het