is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die aldervroegste hengelaars beneden komen, treffen ze Johan Pavoordt present en vinden ze in Het Wapen een ontbijt van houvast, naar de degelijke Hollandsche wijs gereed. Mochten ze daarna nog iets behoeven, oliej assen of waterlaarzen ... ze kikken maar en Johan gaat de spullen van zolder halen. Is er in den nacht wind komen opzetten, Johan legt alvast houtere stormdobbers naast de ontbijtborden, met bijpassende kogeltjes lood, alles compleet.

Johan Pavoordt denkt met hengelaarshersens, en zijn herberg vaart daar wel bij. En zijn vrouw, zijn meid, ook zijn zonen en dochters heeft hij allemaal dienstbaar gemaakt aan de heeren kalanten. De jongens gaan als 't gevraagd wordt mee en wijzen de beste vindplekken aan 't vischwater, de dochters ze bedienen, gekken met de gekkers, luisteren naar de vertellers. En ten leste .... zijn vrouw; wijd en zijd is Johan zijn vrouw vermaard als moeder Kee. Deze dame blijft niet wijd onder de honderd kilo. Een vrouw van pure welvarendheid, rood, lacherig en tevreden, een wandelend sieraad voor een herberg. Tevens een kokin van groote reputatie. Heden is de Sociëteit De Gebakkene Waterbaars in de polders. Vier beste Gouwenaren uit den winkeliersstand, tevreden hengelaars met bolhoedjes op hun pleizierige koppen. Dat zijn er vier, die bij Johan in hooge eere staan, want zij of andere leden van dezp lustige sociëteit verschijnen toch minstens drie maal, soms wel vijfmaal in het seizoen. En Gebakkene Waterbaarzen zitten niet op het geld, blijven over 't gemeen genomen netjes tegenover de dochters, laten zich halen en brengen

I