is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik vond haar wat erg jong, maar Chris heeft ook een kop, daarin aardt hij mij. Maar ik was zóó jong door hem weer geworden, ik had dat vrouwtje al even hef als hij het vond. Uit dat lief blond ding zijn kinderen voortgekomen, de oudste is een jongen, blond is die Peter met felle zwarte oogen in zijn blonden kop. Prachtig om te zien is dat.

Aldus is om en nabij mijn leven geweest. Veel teerheid van vrouwen is over 't gemeen genomen mijn deel niet geweest, toch heb ik overigens alles bekomen wat ik maar heb kunnen wenschen. Hier zit ik nou, zeven en tachtig jaren oud, met een houten poot. En ik wacht maar en ik weet niet meer waarop. Sterven wil ik niet, van de geheimen des levens weet ik de helft nog altijd niet. Beneden me is de zaak, Aaltje's grossierderij, die ik en Chris verbouwd en vergroot hebben. En beneden mij is zijn gezin, daar is Peter met de blonde haren en z'n lieve zwarte oogen, m'n naamzeggertje. Hoe ik van het jonkske daar beneden hou .... Maar wat boven me is, dat weet ik echt niet. Ik wil nog niet dood. Welke geheimen zijn er nog? Welke vreugde of welk verdriet heb ik nog niet geproefd? Ik zit hier en wacht, maar een boordje doe ik niet aan. En dag aan dag verneem ik van Christiaan, wat er voor nieuws is geweest in de grossierderij. Daar komen als vanouds de loopmannen in todden en vuil. Ik zie ze van 't raam hierboven al aankomen. Ineens zijn ze dan uit mijn oog weg, den winkel in. Dertig centen motballen koopt de een, acht gulden dure snoeischaren de ander. Toen ik 't met Aaltje accordeerde dat ik haar vent ging worden, waren de meesten