is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dik geworden. Waar is gebleven de jonge slanke kerel met zwart kroezig haar en breede borst uit het geslacht de Raadt? Waar bleef die sterke, felle kerel, die geboren scheen om altijd jong te zijn, jong en sterk en door jonge vrouwen vereerd?

Christiaan de Raadt is dik geworden, hij drinkt met vrienden graag bier, rookt groote sigaren en kegelt; hij hijgt als hij even hard geloopen heeft. Maar in zijn diepen zwaren slaap worden licht zijn lijf en tred, luchtig zijn gedachten. Christiaan herbeleeft een jeugd. Herkent hij niet in die luchtig-zwevende vrouwengestalten de meisjes, die hij gekend heeft, anderen die hij verlangde te kennen? Herzegt hij niet woorden van dwaasheid die hij ze in de oortjes gefluisterd heeft, toen hij nog geen gemeenteraadslid was? Toen hij tot dwaasheid immer geneigd was, als 't jonge vrouwen betrof?

Zijn droom is nu heerlijk, vooral na dien donkeren aanvang toen hij worstelde boven dat trekkende water, waarin hij bijna onderging. Maar een onbestemd geluksgevoelen zei hem toen alreeds dat hij de overzij en de heerlijkheden bereiken zou. Dat het water niet van hem winnen zou en nimmer van hem winnen zal, maar dat hem wederom de vreugde wacht der lokkende gestalten. Maar toch werkt Christiaan als een bezetene, heft zijn jong en slank en sterk lijf met machtige kracht boven het water uit met enkele groote wiekslagen .... en daar is eindelijk de oever. De oever van het geluk.

Dwars door die droomen van geluk heen, ziet hij vaak en ook ditmaal, verbeeldingen der werkelijkheid. Hij staat ineens tegenover een heerlijke vrouw en ze is zoo jong en begeerlijk als toen hij haar verliet, vele