is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

je, kindje. Maar wat was voor jou nu wel het fijnste?"

„Dat u het voor me in orde gemaakt hebt met dien leeraar. En dan .... die wandeling aan zee. En nu weer, deze verrukkelijke kamer, waar je je rijk kunt denken en beroemd, 't Is alles toch wel zoo fijn."

„Maar 't mooiste was toch wel, dat je nu lessen gaat nemen."

„Ja natuurlijk."

„Dan moet je toch eens bedenken, Liza, dat ik vandaag dan heel wat minder pleizier beleefd heb dan jij, waar kindje? Want die lessen zijn voor jou en niet voor mij."

„Dat is wel zoo."

„Ja, want al zou ik die lessen voor niets kunnen krijgen, dan zei ik nog: pas! Mijn eenige pleizier aan die lessen, is voor mij .... dat jij er zoo gelukkig door bent."

„U bent een zeldzaam goed mensch, meneer Willem."

„Nou, nou .... meen je dat wel, Liza? Gun jij me dan ook een geluk. Een geluk, dat voor mij wèl zoo groot zou zijn, als voor jou die lessen. Laat mij nu vannacht bij je blijven, en grooter geluk kan ik me niet denken."

Ze keek me heel lang aan. „Meent u dat echt, meneer Willem?"

„Ja natuurlijk, Liza. Ben je nu boos op me?" Maar ze wipte van m'n knieën af en kwam bedrijvig naast me op het bed zitten. „Ik vind het heel jammer," zei ze, bijna huilend, „dat u mij dit gevraagd hebt. Want ik vind het zoo ellendig u iets te moeten weigeren, na wat u allemaal voor me deed."