is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer terug. Als hij dat nu nóg eens doet vhegt hij er ineens uit, heeft de directeur hem toegebeten. Met een paar gebroken ribben, als 't meevalt.

En hij doet datzelfde nog eens en vhegt er dan ook uit. Maar het roert hem amper dat hij doelloos geworden is. Hij heeft enkele verdiende rijksdaalders op zak en nu kan hij toch altijd heel dicht bij haar zijn. „Ik ga het doen," zegt hij tot het verwarde meisje in haar strakgespannen tricot dat hij eindelijk, eindelijk weet te vinden, „ik ga je vader vragen of ik bij jullie mag komen. Alle werk is mij goed. En dan blijven wij altijd bij elkaar, Elly." Hij wil haar hoofd in zijn arm drukken maar ze ontglipt aan zijn greep.

„Luister maar liever eens hoe erg . . . ." zegt ze met neergeslagen oogen: „we moeten een kind krijgen."

„Wat? 0, Elly "

„Ja, en jij moet naar je huis weerom, ze zijn gister hier geweest om je te zoeken."

„Wat? Wat zeg je toch allemaal?"

„Ja, en ze hebben gezegd . . .

„Wie?"

„Je oom heeft gezegd, toen hij hoorde dat je hier wel geweest was en hij je bij ons niet vond, dat hij je laat opsluiten in een tuchtschool, als je niet direct naar je moeder terug gaat. Jij hebt niks aan je moeder gezegd, leelijkerd. Wat is dat gemeen!"

„Ik wou bij jou zijn, Elly. En nou? Nou moet jij een kind krijgen? Daar heb ik nog nooit aan gedacht, dat dat al zoomaar kon."

„Ik ook niet."

„Maar nou gaan we zéker trouwen!"