is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het einde der vorige eeuw is men begonnen, de deftige woonhuizen van de Oosthaven op ooghoogte horizontaal door midden te snijden. Dit had natuurlijk een doordacht nuttig doel, anders ware 't niet geschied. Aan de Oosthaven verschenen winkels en de puien van die winkels reikten slechts tot ooghoogte. In vroeger tijden hebben de menschen aandacht gehad voor geheele gevels tot aan den laatsten topsteen toe, zoodat daar heel in de hoogte wel eens een naakt engeltje neer werd gezet, zoomaar .... voor 't loutere pleizier van een naakt engeltje neerzetten op een onmogelijke plaats. Die liefhebberij is nu weg, want de wandelaar kijkt toch niet hooger tegen de gevels op dan tot de bovenlijst der fraaie etalages. Omdat de winkeliers dit weten, of toch minstens ongeweten bevroeden, laten zij de deftige grachthuizen boven de etalagelijn rustig voor wat zij zijn.

Alleen met nationaal feest, of als een zeer fraaie dienstmeid de ramen lapt, kijken wandelaars nog wel eens tegen gevels op; brandende vetpotjes en kerngezonde dienstmeiden zijn dat waard. En Arend Vermey, die zelfs twee naast elkaar staande grachtwoningen bezit aan de Oosthaven, doch die in de pui zijn samengevoegd tot één winkelpand, denkt de laatste jaren wèl menigmaal aan verbouwing, maar zijn ideaal ontstijgt nimmer de vier meter opwaarts. Wat daar boven zijn winkel is, doet niet mee. 't Zijn twee trapgevels, dat weet hij wel, maar hoe die boel daarboven precies in elkaar steekt, hij weet het niet en 't interesseert hem niet.

Hem interesseert de manufacturenhandel. Deze