is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uitgeput zonk de oude man in het kussen achterover en snakte naar adem zóó moe had hij zich zelf gemaakt. Eduard bleef maar rustig zitten, drukte alleen de oude, gerimpelde hand een paar maal en wachtte of er misschien nog meer zou komen.

Toen het wat lang duurde, zei hij:

„En nu heeft dat droombeeld u van uw vertrouwen in uw moeder willen berooven?"

„Jongen, ik heb nooit iemand in het leven ontmoet, die me begreep als jij. Niemand heeft ooit zoo dicht bij me gestaan. Ik zou je mijn geheele bezit willen vermaken, omdat het einde nadert, maar ik bezit niets, zelfs de plunje, die mijn oude lijf dekt, is niet van mij. Mijn dochtertje heeft nu al mijn goederen. Ze is een vreemde voor me geweest. In al dien tijd heb ik niets van haar gehoord. Ik weet niet eens of ze nog leeft.'

„Ze is getrouwd met ridder Besoigné en heeft al drie kinderen. Eén heet Peter."

De oude man richtte zich op. Er kwam iets als vreugde over zijn gezicht, en hij zei gejaagd, of hij door koorts gedreven werd:

„Vertel me van de wereld. Vertel me van de hoofdstad. Leeft de koning nog? Vertel me alles. Ik heb er altijd naar verlangd er iets van te hooren. Maar ik hield het onder. Ik smachtte naar berichten. En ze lieten me verdorsten. Toen deed ik, alsof ik geen dorst had. Om me niet te laten affronteeren, want ik ben zoo trotsch, mijn jongen. Dat is mijn groote zonde; de trots, de hoogmoed: is mijn leven vergeefsch geweest?" Eduard zag hoe geagiteerd de oude man was. Wel moest hij geheel zijn zelfbeheersching kwijt zijn, om uit zichzelf naar de buitenwereld te vragen. Eduard overlegde een oogenblik bij zichzelf, of het niet het beste was, de totale onbekendheid met alles van buiten de vesting maar te laten bestaan. Maar nu de man geheel met zichzelf overhoop lag, was het wellicht goed hem iets te vertellen. Daarom zei hij:

„De staatszaken gaan heel goed. Ieder is ervan over-