is toegevoegd aan uw favorieten.

Proza en poëzie van Hein Boeken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT: DRIE MEI-GEDICHTEN

31 MEI '33

Weer is voorbij der nachtegalen maand, Der meereien, die van het leven zingen Toch in hun tongval tot beseffen dwingen Dat niets van al dit schoone is stille-staand,

Dat alles is in gauwen gang vergaand.

En bij het zien van al Mei's lieve dingen Was het mij niet of heen mijn krachten gingen? Heb 'k niet dees Mei mijn laatste maand gewaand?

Het is voorbij. Wij treên in 't Juni-woud, Te donkrer om het hooge hemel-licht En waarin al het lent-werk is verricht.

Wij zien niet meer het schrale winter-hout. Nog eenmaal Levens volle weelde omvangen Die onze borst ontpers' de zomer-zangen!