is toegevoegd aan je favorieten.

Rond shelter en kampvuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zond Shelter en Kampvuur

loor te gaan, toen opeens de deur open zwaaide. Vóór hem tond, gesteund door twee stokken, een bleke, tengere jon;en van z’n eigen leeftijd. Achter z’n rug flonkerden de aetalen armen van een splintemieuwen ziekenwagen...

„O’Kay!” sprak Rolf en trad binnen in de smalle, maar leldere vestibule. De jongen staarde hem aan met grote, rerbaasde ogen.

Vijf minuten lang bleef de straatdeur gesloten en nooit ;ou iemand te weten komen, wat er in die kostbare ninuten werd besproken; dan gleed, verend op de gummi>anden, het wagentje over den drempel... de zon eeremoet.

Morgen den zevenden dag!” sprak Dr. Rijnders dien middag aan tafel en hij keek speurend naar het gezicht

van z’n zoon. ... _ ^ ,, „

Rolf lachte, z’n gedachten nog verweg bij Tom Dekker, en diens moeder, die hij ook nog even had gesproken, vlak nadat ze waren teruggekomen. Een grote, forse vrouw, met zachte, goedige ogen, die herhaaldelijk z n hand had gedrukt, toen Tom haar vertelde van de wandeling, buitenom, waar alles al zo prachtig begon uit te lopen en de bomen al helemaal groen waren zelfs. Hij had er ’n kleur van gekregen en z’n ogen schitterden...

„Da’s mooi van je, jongenheer!” had de moeder gezegd, maar Rolf had haastig afgewimpeld, met wat verlegen, onsamenhangende woorden...

„Hij ’s eiken dag alleen!” zuchtte de vrouw, met een bezorgden blik naar Tom — „en ’t kan niet anders.... t kan toch niet anders. M’n werkhuizen mag ik toch niet opgeven, da’s m’n verdienste, en...”

„Ik kom voortaan iederen middag!” beloofde Rolf, en hij zag de vreugde oplichten in de ogen van den jongen.

„Echt?” z’n stem klonk wat schorrig.

„M’n hand er op, daar!”

Zo was hij weggegaan... , . . ,

„Nou?” Meneer Rijnders keek verwonderd, toen het antwoord zo lang uitbleef.