is toegevoegd aan je favorieten.

Tusschen potten en pannen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al gerustgesteld achterovervallen. Als Lot zoo lachte, was er zeker geen ongeluk gebeurd.

„Oh kind, waar moet ik je aanpakken?” klonk het uit den tuin en daar kwam Lot in zicht met den schreeuwenden Bobby aan zijn ceintuur bengelende, net als een postpakket aan een touwtje.

„Rieti, kijk eens even naar dien lieven zoon van je,” en zij hield den tegenspartelenden deugniet voor de open serredeuren.

„Mijn hemel, waar heeft hij in gezeten? Wat ziet hij er uit!”

„Mijnheer dreef in den eendenvijver. Mag jullie wel eens schoon maken, zeg, hij stinkt naar een varkenshok. Het is niet om te harden 1”

„Foei Bobby, wat ben je een stoute jongen, je weet best, dat je daar niet mag komen van Pappie,” bestrafte zijn Moeder hem.

„Itte heef zoo mooie bootie gevierd,” kwam een snikkend stemmetje „en toen heve bootie Bobby ingetrekt, — boeoeoel”

„Nou, ik zal je maar gauw in het bad stoppen. Bah — wat een vieze jongen ben jij, een échte viezerd, hoorl” en Lot verdween met haar pakketje door de achterdeur.

„Itte is niet viezerd, itte Mammies ojiebol!”

Lot schaterde het uit. „Nou een frissche oliebol ben jij, zeg. Kom dan maar gauw bij tante Lot, dan zal ik je schoonpoedelen.” En vlug begon zij hem de stinkende kleertjes uit te trekken.

Een half uurtje later kwam ze met een brandschoonen Bobby beneden.

6 Tusschen Potten en Pannen